Je wordt wakker. Het is donker. Je hoort een zacht zoemen — ventilatoren, ergens.

Langzaam worden je ogen gewend aan het licht. Je bevindt je in een container. Metalen wanden, een paar ramen die uitkijken op… sterren. Alleen sterren. Geen aarde in zicht.

Er staat een briefje:

“Je hebt alles wat je nodig hebt om te overleven. Niets gaat erin, niets gaat eruit. Succes.”

Dit is het gedachtenexperiment dat ik regelmatig bespreek als ik met vrienden in een filosofische bui ben. Het klinkt als science fiction, maar het is eigenlijk een lens om na te denken over systeemdenken, kringloopprocessen, en — als je doortrekt — over hoe we met de aarde omgaan.

Het probleem

In je ruimtecontainer heb je een aantal fundamentele behoeften:

  1. Zuurstof om te ademen
  2. Water om te drinken
  3. Voedsel om te eten
  4. Afvalverwerking — want wat erin gaat, komt er ook uit
  5. Energie om alles draaiende te houden
  6. Temperatuurregulatie — de ruimte is koud

In een normaal systeem op aarde “lossen” we deze problemen op door resources van buiten te halen en afval naar buiten te sturen. Kraan open, water. Supermarkt, eten. Toilet doorspoelen, probleem opgelost.

Maar in je container is er geen “buiten”. Alles wat je uitademt, moet weer zuurstof worden. Al het water dat je drinkt, moet je terugwinnen. Elk restje voedsel telt.

Dit is een gesloten systeem. En gesloten systemen dwingen je om fundamenteel anders te denken.

Wat zou je doen?

Laten we het stap voor stap doorlopen.

Zuurstof en CO2

Je ademt zuurstof in en CO2 uit. Na een paar uur is de lucht in je container onleefbaar — tenzij je iets doet.

Optie 1: Planten

Planten doen fotosynthese: ze nemen CO2 op en produceren zuurstof. Perfect, toch?

Het probleem: je hebt heel veel planten nodig. Schattingen variëren, maar voor één mens heb je ergens tussen 300 en 700 planten nodig, afhankelijk van het type en de lichtintensiteit. En die planten hebben licht nodig — energie dus.

Optie 2: Chemische scrubbers

Dit is wat de ISS doet. Ze gebruiken lithiumhydroxide (LiOH) of zeoliet om CO2 uit de lucht te filteren. Het nadeel: lithiumhydroxide raakt op. Zeoliet kun je regenereren met warmte, dus dat is beter voor een gesloten systeem.

Optie 3: Sabatier-reactie

De ISS gebruikt ook de Sabatier-reactie: CO2 + waterstof → methaan + water. De waterstof komt van elektrolyse van water. Het methaan wordt (helaas) geloosd naar de ruimte — dat is dus een lek in het systeem. Maar het water kun je hergebruiken.

In jouw perfecte gesloten systeem zou je het methaan willen omzetten naar iets nuttigs. Dat is moeilijk, maar niet onmogelijk.

Water

Je verliest continu water: zweet, adem, urine, ontlasting. In een gesloten systeem moet al dat water terug.

De ISS doet dit met het Water Recovery System (WRS):

  1. Urine Processing Assembly — ja, ze drinken gerecycled urine. Het water wordt gedistilleerd en gefilterd tot het schoner is dan kraanwater.
  2. Condensaat — de vochtigheid in de lucht (van zweet en ademhaling) wordt gecondenseerd en gefilterd.

De recovery rate is ongeveer 93%. Die andere 7% gaat verloren en moet worden aangevuld. In jouw perfecte systeem zou je naar 100% willen.

Voedsel

Dit is waar het lastig wordt.

Planten kunnen voedsel produceren, maar ze hebben nodig:

  • Licht (energie)
  • Water
  • Nutriënten (stikstof, fosfor, kalium, etc.)
  • CO2

Die nutriënten — daar zit het probleem. In een gesloten systeem moet je menselijke waste composteren en weer omzetten naar plantenvoedsel. Dat is biologisch mogelijk (compostering, vermicompostering met wormen), maar het kost tijd en ruimte.

De ISS doet dit niet — ze krijgen voedselvoorzieningen van de aarde. Maar experimenten zoals MELISSA (Micro-Ecological Life Support System Alternative) van ESA onderzoeken hoe je een volledig gesloten voedselkringloop zou kunnen maken.

De realiteit: voor complete zelfvoorziening heb je een behoorlijk complexe ecosysteem nodig. Niet alleen planten, maar ook bacteriën, schimmels, misschien insecten of vis voor proteïne.

Energie

Zonnepanelen zijn de voor de hand liggende keuze. De zon schijnt altijd (geen wolken in de ruimte).

Maar je hebt opslag nodig voor als je in de schaduw bent. Batterijen, of misschien vliegwielen voor kinetische opslag.

Kernenergie is een optie — RTGs (Radioisotope Thermoelectric Generators) worden gebruikt in deep space missies. Maar die raken ook op (over decennia).

Temperatuur

In de zon: verblindend heet. In de schaduw: -270°C.

De ISS gebruikt een combinatie van:

  • Isolatie — multi-layer insulation
  • Radiatoren — warmte afvoeren naar de ruimte
  • Warmtepompen — warmte verplaatsen

Je kunt geen warmte “weggooien” zonder het te verliezen. In een gesloten systeem wil je warmte zoveel mogelijk hergebruiken.

De les: feedback loops

Wat mij fascineert aan dit gedachtenexperiment is hoe het je dwingt om in feedback loops te denken.

In een open systeem denk je lineair:

Input → Proces → Output → (ergens anders naartoe)

In een gesloten systeem denk je circulair:

flowchart LR
    Input --> Proces --> Output --> Terugwinning --> Input

Elke output moet een input worden voor iets anders. Afval bestaat niet — alleen resources op de verkeerde plek.

Dit is precies hoe systeemdenken werkt. Je kijkt niet naar individuele componenten, maar naar de relaties tussen componenten. Naar wat er in gaat, wat er uit komt, en hoe die stromen met elkaar verbonden zijn.

Buckminster Fuller’s Spaceship Earth

In 1968 schreef Buckminster Fuller het boek Operating Manual for Spaceship Earth. Zijn centrale these: de aarde is een ruimteschip. Een gesloten systeem met eindige resources, drijvend door het heelal.

“We are all astronauts on a little spaceship called Earth.”

Het verschil met mijn gedachtenexperiment: de aarde is groot genoeg dat we de grenzen niet voelen. We kunnen doen alsof “buiten” bestaat — alsof we afval kunnen dumpen zonder consequenties, resources kunnen extracten zonder uitputting.

Maar de regels zijn dezelfde. Er is geen “weg” voor plastic in de oceaan. Er is geen oneindige voorraad fossiele brandstoffen. De CO2 die we uitstoten, blijft in het systeem.

Het downscalen naar een container maakt dit voelbaar. Plotseling is het persoonlijk. Jij moet die lucht ademen. Jij moet dat water drinken.

Waarom dit raakt aan neurodivergentie

Voor context over hoe mijn brein werkt, zie Werken met een AuDHD-brein.

Een van de dingen die ik heb gemerkt over mijn manier van denken: ik zie systemen. Niet als bewuste keuze, maar als default. Als iemand me een probleem voorlegt, zoom ik automatisch uit naar: “Waar komt dit vandaan? Waar gaat het naartoe? Wat zijn de feedback loops?”

Dit kan overweldigend zijn. Soms wil je gewoon een simpel antwoord, niet een systeemanalyse. Maar voor dit soort gedachtenexperimenten is het perfect.

De reden dat ik steeds terugkom op dit experiment is dat het een veilige plek is om dit soort denken te oefenen. Het is abstract genoeg om niet stressvol te zijn, maar concreet genoeg om nuttige inzichten op te leveren.

Praktische toepassingen

Dit is allemaal filosofisch, maar er zijn concrete lessen:

1. Waste is a design flaw

Als je afval produceert dat je niet kunt hergebruiken, is dat een designfout. In je container zou “afval” je doden. Op de aarde duurt het langer, maar het principe is hetzelfde.

2. Efficiency is survival

In je container is elke druppel water kostbaar. Elke watt energie telt. Je zou nooit een kraan laten lopen of een lamp laten branden. Waarom doen we dat wel op aarde?

3. Complexity is fragile

Hoe complexer je systeem, hoe meer dat kan falen. In je container wil je robuuste, simpele systemen met redundantie. Dit is ook waarom ik fan ben van GitOps en declaratieve configuratie — simpele, voorspelbare systemen die je kunt begrijpen.

4. Think in cycles, not lines

De meeste problemen komen voort uit lineair denken: “Ik heb dit nodig, ik haal het ergens, ik gebruik het, klaar.” Circulair denken vraagt: “En dan? Waar gaat het naartoe? Hoe komt het terug?”

Terug naar de container

Dus. Je zit in die container. Sterren buiten de ramen. Alles wat je nodig hebt is aanwezig.

Wat doe je?

Je begint met inventariseren. Wat heb je? Planten, zaden, water, een waterzuiveringssysteem, zonnepanelen, batterijen, tools, composteerbak, maybe aquaponics systeem met vis.

Je tekent de stromen uit. Zuurstof, water, voedsel, energie, warmte. Je identificeert de lekken — waar verlies je resources? Je optimaliseert elke cyclus.

En langzaam, methodisch, bouw je een systeem dat zichzelf in stand houdt.

Dat is systeemdenken. Dat is wat Buckminster Fuller bedoelde. En dat is, in essentie, wat we met de aarde zouden moeten doen.

Het verschil is alleen de schaal.


Verder lezen: